Gemeente vanaf 2015 verantwoordelijk voor jeugdzorg.

Uitgeest – De jeugdzorg valt vanaf 2015 onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. U als inwoner mag daar eigenlijk niets van merken. Of toch wel: als het goed is, gaat u er vanaf 2015 op vooruit als het gaat om jeugdzorg. Nu nog beslist de ene keer de rijksoverheid, de andere keer de provincie en weer een andere keer de gemeente over hulp en ondersteuning voor jeugdige inwoners.

Straks is de gemeente verantwoordelijk voor alle zorg en dan moet het een stuk eenvoudiger kunnen. In elk geval zonder de bureaucratie waar gezinnen nu nog wel eens tegenaan lopen.

Het is inderdaad wel een beetje een wirwar van regels en instellingen. Heb je geestelijke gezondheidszorg nodig voor je kind, dan gaat dat (nu nog) via de zorgverzekeringswet. Is er sprake van een lichamelijke en/of verstandelijke beperking, dan wordt de ondersteuning geregeld via de AWBZ. En heb je hulp nodig vanwege opvoed- en opgroeiproblemen, dan moet je weer bij een instelling zijn die door de provincie wordt gefinancierd. Is er een gezinsvoogd of heeft je kind de wet overtreden, dan heb je ook nog te maken met justitie. Bureaucratie waarin je gemakkelijk verdwaalt als ouder die zich zorgen maakt en vooral het beste wil voor zijn kind.

Gezin en kind centraal

De gemeentes in de regio zijn het erover eens: inwoners moeten straks vooral merken dat ze sneller en beter geholpen worden. ‘Het feit dat wij straks verantwoordelijk zijn voor alle jeugdzorg, maakt het alleen maar gemakkelijker om het gezin en het kind centraal te stellen. En dat is wat we willen,’ vertelt regionaal projectleider Hans de Vries. ‘Tegelijkertijd moeten we behoorlijk bezuinigen. Om de zorg die er nu is op peil te houden, moeten we dus anders gaan werken. Om te beginnen gaan we meer kijken naar wat mensen zelf kunnen. De meeste ouders willen problemen ook het liefst zelf oplossen. Maar waar professionele zorg nodig is, moet die er wel zijn. Daarbij moeten we meer verbanden leggen en loskomen van de bureaucratie. Zo kunnen we mensen beter van dienst zijn.’

Ervaringen

‘De afgelopen tijd hebben wij uitgebreid gesproken met cliënten, professionals en belangenbehartigers in de jeugdzorg en dat doen we nog steeds. Hun ervaringen nemen wij mee in het gezamenlijke beleid. Zij zijn erg tevreden over deze aanpak, want ze voelen zich gehoord, begrepen én serieus genomen.’

‘En wij leren er veel van. Bijvoorbeeld dat we met deze nieuwe wetgeving daadwerkelijk de kans krijgen om de zorg dichter bij de mensen te brengen. Dat je voor verschillende vormen van zorg altijd te maken had met verschillende overheden, was eigenlijk heel klantonvriendelijk. Stel dat je vanwege zorgen om het gedrag van je kind terechtkomt bij de jeugdpsychiatrie, maar uiteindelijk blijkt er sprake te zijn van een lichte verstandelijke beperking. Dan kwam je daar in de praktijk niet zomaar achter. Jeugdpsychiatrie viel namelijk onder de zorgverzekeringswet en ondersteuning aan kinderen met een beperking viel onder de AWBZ. Daar was een aparte indicatiestelling voor nodig. Dan moest je dus weer een heel nieuw traject in… Die belemmeringen halen we nu allemaal weg.’

Gezin als geheel

‘Uitgangspunt wordt dat we kijken naar wat het gezin als geheel nodig heeft. In onze regio wordt al gewerkt met de methodiek “Eén gezin, één plan, één regisseur”, waarbij alle hulpverleners rond een gezin samenwerken, inclusief betrokken familieleden en vrienden. Daar gaan we nu op voortborduren. Ook de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) die de afgelopen jaren in elke gemeente zijn opgezet, bieden een mooie basis om op voort te bouwen. Maar hoe een en ander verder vorm gaat krijgen, daar zullen de gemeenten ieder op hun eigen manier invulling aan geven.’